Prijzen

Break-even berekenen: hoeveel omzet heb je nodig?

Het break-evenpunt is waar je totale opbrengsten (TO = verkoopprijs × afzet) precies gelijk zijn aan je totale kosten (TK). Je maakt dan geen winst en geen verlies: TO - TK = 0.

Break-even berekenen: waarom je dit als ondernemer wilt weten

Het break-evenpunt is waar je totale opbrengsten (TO = verkoopprijs × afzet) precies gelijk zijn aan je totale kosten (TK). Je maakt dan geen winst en geen verlies: TO - TK = 0. De break-evenanalyse laat zien hoeveel klanten of producten je nodig hebt om quitte te spelen. Zo bepaal je je basisgrens: hoeveel omzet dekt alle kosten? Daarboven is winst; eronder moet je ingrijpen.

Wat heb je nodig voor de berekening?

Je hebt drie gegevens nodig: vaste kosten, variabele kosten per eenheid en verkoopprijs per eenheid. Vaste kosten veranderen niet met het verkoopvolume, zoals huur, verzekeringen en salarissen. Variabele kosten per eenheid lopen per verkocht product op, zoals inkoop, verpakking en verzendkosten. Neem voor de verkoopprijs per eenheid de prijs exclusief btw. Anders vergelijk je een bedrag inclusief belasting met kosten die je nog moet aftrekken.

Belangrijkste gegevens voor break-evenberekening

  • Verkoopprijs per eenheid — € 50 (excl. btw)

Bereken eerst je contributiemarge (dekkingsbijdrage)

De contributiemarge (dekkingsbijdrage) is verkoopprijs per eenheid minus variabele kosten per eenheid. Dat bedrag draagt elke verkoop bij aan het dekken van je vaste kosten. Bij een verkoopprijs van € 50 en variabele kosten van € 20 per stuk is de contributiemarge € 50 - € 20 = € 30 per stuk. Per verkoop blijft dus € 30 over voor vaste kosten als huur en salarissen.

Break-even afzet: hoeveel stuks moet je verkopen?

De formule is: break-even afzet = vaste kosten / (verkoopprijs - variabele kosten per eenheid). De noemer is de contributiemarge. Met € 10.000 vaste kosten en € 30 contributiemarge per stuk: 10.000 / 30 = 333,33 producten. Omdat halve producten niet bestaan, rond je naar boven af: minimaal 334 producten voor break-even. Rond altijd naar boven af; bij 333 stuks zijn je vaste kosten nog niet volledig gedekt.

Break-even omzet: hoeveel omzet heb je nodig?

Van break-even afzet naar break-even omzet: break-even omzet = break-even afzet × verkoopprijs. Verkoopt een fietsenfabriek fietsen voor € 300 per stuk en is de break-even afzet 50 fietsen, dan is de break-even omzet 50 × € 300 = € 15.000. Bij die omzet zijn je totale opbrengsten gelijk aan je totale kosten. Met de naar boven afgeronde afzet is de omzet iets hoger en dus veiliger: je zit net boven het exacte omslagpunt.

Volledig rekenvoorbeeld stap voor stap

Stel: vaste kosten € 10.000 per maand, verkoopprijs € 50 per stuk en variabele kosten € 20 per stuk. Stap 1: contributiemarge = € 50 - € 20 = € 30 per stuk. Stap 2: break-even afzet = € 10.000 / € 30 = 333,33 producten, afgerond naar boven 334 producten. Stap 3: break-even omzet = 334 × € 50 = € 16.700. Dat is de minimale omzet om met deze prijs en kosten geen verlies te maken. Verkoop je minder dan 334 stuks, dan blijven je vaste kosten deels ongedekt; verkoop je meer, dan draagt elke extra verkoop na aftrek van variabele kosten bij aan je winst.

Wat als je prijs of kosten veranderen?

Verander je een van de drie invoerwaarden, dan verschuift je break-evenpunt. Een hogere verkoopprijs of lagere variabele kosten per stuk verhogen je contributiemarge; dan heb je minder stuks en minder omzet nodig voor break-even. Hogere vaste kosten vragen juist meer afzet en meer omzet. Staat je maximale afzet vast, reken dan terug naar een break-even prijs. Voorbeeld uit de fietsenfabriek: vaste kosten € 10.000, variabele kosten € 100 per fiets en maximale productie 40 fietsen. Dan geldt 40P = € 10.000 + € 100 × 40 = € 14.000, dus P = € 350. Bij een maximale afzet van 40 fietsen moet de prijs € 350 per fiets zijn om geen winst en geen verlies te maken.

Meer uit Prijzen

Prijzen

Btw-tarieven en prijsweergave: waar moet je op letten?

Je btw-tarief en de vraag of je prijzen inclusief of exclusief btw toont, hangen niet van je voorkeur af, maar van twee kenmerken van de transactie: is de klant consument of bedrijf, en zit die klant…

Prijzen

Een uurtarief bepalen: kosten, declarabele uren en marge

Je uurtarief begint niet bij de markt, maar bij je privébehoefte.